De school als inclusieve mini-samenleving
Bruno Vanobbergen

Lees meer

Open hier het volledige artikel in een printklare PDF (landscape)

“Zie je wereldburgerschap enkel als een te bereiken norm, dan schuilt er een ernstig gevaar in”. Bruno Vanobbergen, voormalig Vlaams kinderrechtencommissaris, is glashelder in zijn pleidooi voor een duidelijke definiëring: “Voor je aan de slag gaat met wereldburgerschapseducatie is het cruciaal om grondig na te denken over een betekenisvolle invulling”.

De school als spiegel
“Wereldburgerschapseducatie is voor mij niet louter een kennisoverdracht over onze politieke instellingen, volksliederen, mondiale problemen, etc. We moeten wereldburgerschap beschouwen als een schoolpraktijk, waarbij we kinderen en jongeren zien als deelnemers aan de democratische samenleving. Leerlingen moeten van in het begin een volwaardige en ernstig betrokken partij (kunnen) zijn. De school moet dat democratisch gehalte uitstralen.”

“Op dit moment wordt wereldburgerschapseducatie helaas te vaak verengd tot een kennisnorm. Het zou bijzonder jammer zijn als dat de dominante insteek blijft. Het gevaar bestaat dat je meteen vertrekt vanuit een soort tekort of deficit dat wereldburgerschapseducatie moet opvullen. Dat moet en kan anders, vanuit een positieve invalshoek.”

Mede-eigenaar
“Ik verwijs regelmatig naar een basisschool die steeds vaker met geweld en pestgedrag geconfronteerd werd. De school trad eerst repressiever en strenger op. Dat schoolbeleid had enkele weken een positieve impact, maar niet veel later doken dezelfde problemen terug op. Uiteindelijk gooide men het roer om. Samen met de leerlingen werd een kinderrechtencharter ontwikkeld. De leerlingen kregen inspraak bij de ontwikkeling van een inspirerend schoolklimaat via allerlei initiatieven. Bijgevolg waren ze mede-eigenaar van het volledige proces en van het eindproduct. Er was geen schoolreglement van bovenaf opgelegd, wel een charter, door iedereen gedragen en vormgegeven. Een concreet resultaat van burgerschapsopvoeding.”

Eigen perspectief opzij
Wederkerigheid en een relationele benadering van wereldburgerschap zijn essentieel voor Bruno Vanobbergen. “Vanuit de kinder- en mensenrechteneducatie maakten we de fout om te vaak het individu te beklemtonen. Kinderen en jongeren moesten weten wat hun rechten zijn. Uiteraard is dat belangrijk, maar veel belangrijker is dat leerlingen weten wat het betekent om rechten te hebben. Zij moeten beseffen dat ze een verantwoordelijkheid hebben ten opzichte van anderen. John Wall legt hier terecht de nadruk op in zijn boek ‘Ethics in Light of Childhood’.

Wereldburgerschap gaat over de manier waarop we met elkaar omgaan en ons verhouden ten opzichte van elkaar. De strategische doelstellingen rond armoede, klimaat of de migratie- en vluchtelingenproblematiek starten bij de manier waarop je naar anderen kijkt en of je bereid bent je eigen perspectief -tijdelijk- opzij te zetten.”

Waardigheid
Bruno Vanobbergen benadrukt ook het belang van integriteit, menswaardigheid en welzijn op school. “Deze begrippen zijn sterk gelinkt aan kinderrechten, en dus evengoed aan wereldburgerschap. Het is van ontzettend groot belang dat de schoolcultuur alle leerlingen en leerkrachten in hun waarde laat. Ook hier loopt het helaas vaak fout. De moeder van een meisje met een zware fysieke beperking nam onlangs contact met ons op. Haar dochter was al zes jaar leerling op een bepaalde school, maar mocht, omwille van haar beperking, niet mee op eindejaarsreis. De moeder stelde voor om zelf mee op reis te gaan, om op die manier de last te verlichten voor de schoolbegeleiders. Helaas weigerde de school. De ontgoocheling was zo groot dat het meisje haar studies stopte op die school en haar diploma haalde via de examencommissie. Dan denk ik: ‘Dat kan toch anders?’”

We mogen het onderwijs niet enkel zien als een productiemachine die leerlingen klaarstoomt voor de arbeidsmarkt.

De school als vrijplaats
Dat de school als een metafoor voor de samenleving telt, impliceert een groot aantal verantwoordelijkheden voor die school. Dat brengt Bruno Vanobbergen tot bij de finaliteit van het onderwijs.

“Ik merk dat er, vooral in het secundair onderwijs, nog steeds een groot aantal leerlingen uit de boot vallen. Omdat het onderwijs naadloos verbonden is met de rest van de samenleving is dit een zeer gevaarlijke situatie. Daarom is het belangrijk om je als school af te vragen, hoe gaan we daar mee om en welke doelen streven we na.”

“Velen zien het onderwijs enkel als een productiemachine die leerlingen klaarstoomt voor de arbeidsmarkt. Ik ben het daar niet mee eens. Ik sluit me volledig aan bij Jan Masschelein, hoogleraar wijsgerige pedagogiek aan de KU Leuven, die het gevat verwoordt: de school moet een ‘vrijplaats’ of publieke ruimte zijn, waarbij er voldoende tijd en ruimte is voor de leerlingen om zich de wereld eigen te maken. Geen dwingende modellen meer over ‘hoe te leven’ of ‘hoe te denken’. Kinderen en jongeren moeten uitgedaagd worden om buiten hun leefwereld te stappen en de wereld te ontdekken.”

Passie
“Een school als vrijplaats creëert ruimte voor gepassioneerde leerkrachten en leerlingen. Op die manier kan interesse bij de leerling ontstaan. Leerkrachten die met passie hun vak kunnen overbrengen, hebben automatisch een impact op de klaswerking. Philippe Meirieu, een Franse onderwijspedagoog speelt in zijn boek ‘Lettre à un jeune professeur’ met het woord ‘discipline’. Hij beweert dat het gebrek aan discipline in de klas, bij leerlingen, te wijten is aan het feit dat leerkrachten vandaag nog te weinig bezig zijn met hun eigen (vak)discipline en teveel met bijzaken. Geef je de leerkrachten wel die ruimte, dan drukt dat een grote stempel op de school en de klas.”

Interactie
Bruno Vanobbergen benadrukt het cruciaal belang van interactie tussen het schoolleven en de schoolomgeving. “De belangrijkste leerwinst is te vinden in het contact met andere leefwerelden. Openheid en bereidheid om naar anderen te luisteren zijn cruciaal. Multiperspectiviteit vereist geen extra tijd van de leerkracht of het schoolteam. Het is een basishouding om aansluiting te vinden bij de leefwereld van de leerlingen. Het is van groot belang dat leerkrachten in opleiding die basishouding tijdens hun studies meekrijgen. Wanneer ze op iets ongekend botsen, zullen zij dan op zijn minst op zoek gaan naar een manier waarop vertrouwdheid kan groeien. Daar zit de kern van leraarschap.”

“Leerkrachten denken te vaak dat ze alleen staan. Mijn boodschap aan hen is om zich niet op te sluiten in de klas, maar net de muren rondom hun klaslokaal te slopen. Ook brugfiguren, zoals bijvoorbeeld het CLB, kunnen heel wat voor hen betekenen.”

Veel te vaak verplichten we jongeren om alleen dat te doen wat wij kunnen en houden we vast aan een strikt leerplan. We moeten net omgekeerd redeneren. Als de school dat niet doet, maakt ze zich op een bepaald moment overbodig.

Zorgvisie
“Multiperspectiviteit komt in alle facetten van het schoolleven aan bod. Zo hoorde ik ooit in de eetzaal van een school wel zes verschillende talen. Leerlingen veranderden van Spaans naar Engels in een vingerknip. Van die meertaligheid sta ik echt te kijken. Veel te vaak verplichten we die jongeren om alleen dat te doen wat wij kunnen of moeten en houden we vast aan een strikt leerplan. We moeten net omgekeerd redeneren. Scholen moeten in de schoolwerking meer inzetten op het betrekken van de verschillende culturen en gewoonten. Als de school dat niet doet, maakt ze zich op een bepaald moment overbodig.”

Volgens Bruno Vanobbergen is een gemeenschappelijke zorgvisie op school daarbij essentieel. “Elke leerkracht moet zijn of haar bekommernissen kunnen uiten binnen de school. Als de school erin slaagt om onder haar leerkrachten eenzelfde gedragen klimaat of cultuur te creëren, dan maakt dat voor de leerlingen een wezenlijk verschil. Een legitieme bekommernis van een groot aantal leerkrachten is bijvoorbeeld het lesgeven aan een heel diverse groep leerlingen. Dergelijk thema vraagt een sterk ontwikkeld beleidsvoerend vermogen van scholen”.

Duidelijke contouren
Voor dat beleid ziet Bruno Vanobbergen een belangrijke taak weggelegd voor de Vlaamse overheid: “De overheid moet een richtinggevend kader aanreiken aan scholen, waarna het schoolbeleid binnen deze contouren van onderuit kan groeien. Scholen worstelen bijvoorbeeld vaak met levensbeschouwelijke verschillen op school. Daarin mag de overheid hen niet aan hun lot overlaten”.

“Het arrest van de Raad van State van 2014 over het hoofddoekenverbod is voor mij een goede kapstok. Een kapstok die vertrekt vanuit het Europees verdrag voor de Rechten van de Mens en stelt dat een algemeen verbod op religieuze symbolen op school niet mogelijk is. Maar, zegt de Raad van State, er kunnen wel momenten zijn waarop een directie de inschatting maakt dat er teveel druk is of dat er op een bepaald moment in een buurt teveel stress of negatieve sfeer hangt. Dan kan een school beslissen om tijdelijk – beperkt in de tijd – een verbod door te voeren.  Wij zijn al jaren vragende partij om dit arrest duidelijk te vertalen naar de school”.

Aan de slag
Met dergelijke kaders moeten de scholen vervolgens zelf aan de slag gaan. “Zo ontstaan er creatieve en inspirerende schoolpraktijken, die we moeten overbrengen naar andere scholen die die praktijk nog niet kennen”, meent Bruno Vanobbergen. “Nog te vaak verwijzen scholen een kind met een beperking dat zich komt inschrijven door naar een school even verderop, omdat die beter bekwaam zou zijn. Dat kan niet. Zo krijg je op een bepaald moment een contrast tussen scholen die zeer inclusief werken en scholen die op hun eiland blijven.”