Bevlogen leerkrachten, visionaire directeurs
Ellen Claes

Lees meer

Open hier het volledige artikel in een printklare PDF (landscape)

“Vlaamse scholen moeten ambitieuzer zijn in hun aanpak van burgerschapseducatie op school. Er is nood aan een algemene verankering van burgerschap in het DNA van de school. Doorbreek de bestaande schotten tussen onderwijsvormen, tussen leerkrachten én tussen de school en de samenleving.” Zo zegt een gedreven Ellen Claes, onderzoeker en professor aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de KU Leuven.

Structurele ongelijkheid
Ellen Claes is één van de promotoren van het grootschalige ICCS onderzoek in Vlaanderen. De afkorting ICCS staat voor ‘International Civic and Citizenship Education Study’. Het is een internationaal vergelijkend onderzoek dat peilt naar burgerschap en burgerschapseducatie in scholen. Een eerste ICCS onderzoek vond plaats in 2009, in 2016 volgde het tweede. Vlaanderen was in 2016 één van de 24 deelnemende landen en regio’s. Zowel leerkrachten, directies als leerlingen van 14 jaar werden bevraagd.

“In vergelijking met 2009 is de politieke kennis van de Vlaamse jongeren significant gestegen. Ook hun politiek vertrouwen ging erop vooruit. Daarnaast zien we een toename wat betreft de tolerantie ten opzichte van mensen met een andere etnisch-culturele achtergrond. In 2009 was Vlaanderen de hekkensluiter, nu hebben we echt wel stappen vooruit gezet. Toch scoren we in vergelijking met de internationale en Europese gemiddelden nog steeds ondermaats.”

De Vlaamse tolerantiestijging wordt vooral getrokken door jongeren uit de B-stroom in het onderwijs. Ellen Claes kadert deze tendens in de theorie van de contacthypothese van Gorden Allport die stelt dat de beste manier om mensen meer tolerant voor elkaar te maken is, ze in contact te brengen met elkaar. “In de A-stroom tref je een homogener publiek aan dan in de B-stroom. Leerlingen uit die laatste komen meer in contact met jongeren met een andere of een migratieachtergrond.”

De school is de uitgelezen plaats om structurele ongelijkheid weg te werken, maar voorlopig zien we dat niet gebeuren.

Meer ambitie
Toch spreekt Ellen Claes niet van een goednieuwsshow. Zo blijf er een grote kloof bestaan tussen de A- en de B-stroom op vlak van politieke kennis en participatie. “We willen dat jongeren uit alle vormen van het secundair onderwijs op het einde van de rit een bepaald niveau hebben van burgerschapskennis en kritisch naar de maatschappij kunnen kijken. Nu is dat niet het geval. Een verklaring voor die kloof moeten we zoeken in de achtergrondkenmerken van de leerlingen. Jongeren in de B-stroom lopen vaker met een grotere rugzak rond in vergelijking tot hun collega’s uit de A-stroom. De school is de uitgelezen plaats om die structurele ongelijkheid weg te werken, maar voorlopig zien we dat niet gebeuren. We mogen echt wel meer ambitie hebben op dat vlak en meer durven experimenteren in ons onderwijs. Durf bijvoorbeeld in de B-stroom meer gebruik te maken van sociale media, want dat is wat de jongeren gebruiken als informatiekanaal.”

Participatie in het DNA
Een ander belangrijk werkpunt is de zin tot participatie en engagement bij jongeren. Vlaanderen behaalde op dat punt de derde laagste score van alle landen die deelnamen aan ICCS. Ellen Claes verwijst naar het gebrek aan betrokkenheid van leerlingen op school. “Formele structuren zoals een leerlingenraad volstaan niet. De nood aan leerlingenparticipatie moet echt in het DNA van de school verweven zitten. Als jongeren tijdens hun schoolcarrière geen actief engagement opnemen, hoe verwacht je dan dat ze later in de maatschappij als actieve, volwassen burger gaan participeren?”

Wisselwerking versterkt
In het kader van die uitdagingen benadrukt Ellen Claes het belang van een brede verankering van burgerschapseducatie: “Zoals de SDG’s niet alleen de doelstellingen zijn van België of Vlaanderen, maar van de hele wereld, zo is ook (wereld)burgerschapseducatie de opdracht van de volledige school en de gemeenschap errond. Het mag niet afhankelijk zijn van één leerkracht.” Zij pleit daarom  voor een whole school approach, of wat zij een systematic approach noemt.  “In een school werken verschillende actoren in een systeem samen. Het sociaal-ecologisch model van Urie Bronfenbrenner, maar dan toegepast op burgerschapsvorming, is een goede basis. Het situeert de student in een radarwerk tussen allerlei actoren zoals de school, familie, het verenigingsleven, peer groups, enzovoort. Hoe meer die actoren met elkaar in contact komen en samenwerken, hoe beter de jongere de samenleving zal begrijpen. Die wisselwerking versterkt op lange termijn alle partijen.”

We mogen het vakoverschrijdende en multidisciplinaire aspect dat bij een brede schoolomgeving hoort, niet loslaten. Helaas missen we in Vlaanderen die flexbiliteit nog al te vaak.

Flexibiliteit
Vakken zoals ‘mens en maatschappij’ en ‘burgerschap’ zijn ondertussen op het toneel verschenen. Hoewel dat goed nieuws is, wijst Ellen Claes op een aantal gevaren. “Let op dat je met de intrede van zo’n vak dat vakoverschrijdende en multidisciplinaire aspect dat bij die brede schoolomgeving hoort, niet loslaat. Zeker in het secundair onderwijs, waar leerkrachten vaak te eenzijdig gelinkt zijn aan hun eigen vak. Daarom zie ik heel wat mogelijkheden in team-teaching. Je kan gerust een leerkracht Nederlands en een leerkracht Mens en Maatschappij samen iets laten vormgeven. Die vakken staan in mijn ogen niet apart. Maar dat vraagt natuurlijk om flexibiliteit, iets wat we in Vlaanderen nog al te vaak missen. Het vereist dat je de structuren in het onderwijs moet veranderen en dat je gaat werken met multidisciplinaire vakgroepen. Team-teaching is dus een eerste stap in de goede richting van een brede schoolomgeving. Het hoeft zich overigens niet alleen te beperken tussen leerkrachten, probeer ook eens een expert van buitenaf binnen te brengen.”

Schotten weg
De samenwerking tussen leerkrachten moet ook over de verschillende onderwijsvormen heen plaatsvinden. Zo kan men van onderuit de schotten tussen ASO, TSO en BSO laten wegvallen of tenminste verkleinen. “Die kloof tussen de A- en B-stroom kan je overigens ook verkleinen door leerlingen uit de A- en B-stroom samen te brengen via overkoepelende projecten zoals de leerlingenraad. Zulke participatiemogelijkheden moeten ingebed worden in het curriculum, zodat leerlingen er hun vrije tijd niet voor hoeven op te offeren en gemotiveerder zijn om eraan deel te nemen.”

Voorbij de vooroordelen
Ellen Claes kijkt in de richting van het directieteam om de bestaande uitdagingen aan te pakken. “Om een brede schoolomgeving te construeren, hebben we nood aan visionaire directeurs die keuzes durven maken, die zich regelmatig bijscholen en die openstaan voor nieuwe initiatieven. Dergelijke directeurs sporen bovendien hun leerkrachten aan om hetzelfde te doen. Leerkrachten zouden eigenlijk levenslang moeten leren, maar doen dat nu veel te weinig.”

Op vlak van burgerschapseducatie zijn interculturele en intermenselijke skills van groot belang. Leerkrachten moeten zich daarin laten bijscholen, al moet die vorming volgens Ellen Claes al vroeger van start gaan, van in de lerarenopleiding. “Dit jaar zal ik samen met een aantal collega’s het vak ‘service learning’ mee vormgeven. Door ervaring op te doen in een buurtvereniging, zien studenten in dat jonge mensen in hun klas terecht komen met een bepaalde rugzak. Op die manier leren ze verder te kijken dan uitsluitend via hun eigen bril en hun eigen vooroordelen. Vanaf het moment dat je aanvaardt dat je voordoordelen hebt, ben je een veel betere leerkracht.”

Expertise van buitenaf
Burgerschap en burgerschapseducatie mag bovendien geen arm vak worden. Ellen Claes: “Het is van cruciaal belang dat men zich niet uitsluitend richt op kennisoverdracht, maar ook op burgerschapsvaardigheden en attitudes. Doe je enkel het eerste en een leerling scoort een onvoldoende, wat wil dat dan eigenlijk zeggen? Eigenlijk zou het andersom moeten: beoordeel de school in plaats van de leerling op deze eindtermen. Gaan zij er voldoende mee aan de slag, zowel op vlak van kennis als vaardigheden? Ik pleit er dan ook voor dat scholen beroep doen op organisaties en expertise van buitenaf. Vaak gebeuren er daar al heel goede dingen rond (wereld)burgerschap. Zo doorbreek je ook de bestaande schotten, die er niet alleen tussen de onderwijsvormen en tussen leerkrachten zijn, maar ook tussen de school en de samenleving.”