Superdivers en sterk in de schoenen
Annick Tricot – basisschool Pee en Nel Leuven

Lees meer

Open hier het volledige artikel in een printklare PDF (landscape)

“Onze missie is geslaagd als onze kinderen wereldburgers zijn. Dat zijn kinderen die gelukkig, mondig en bekwaam zijn. Kinderen die van nature hun eigen talenten ontdekken en sterk in hun schoenen staan.” Die focus op het fundamenteel welbevinden van haar leerlingen is voor Annick Tricot, directeur van basisschool Pee en Nel in Leuven, de rode draad doorheen haar schoolbeleid. In een superdiverse school zoals die van Pee en Nel is dat nochtans geen evidentie. Een gesprek met een bevlogen directeur.

Sponjes
Pee en Nel in Leuven is wat men noemt een ‘superdiverse school’. Momenteel telt de leerlingenpopulatie 22 verschillende nationaliteiten. “Omdat er hier op school zoveel verschillende culturen samen leven, zetten we al vanaf de kleuterschool hard in op thema’s als internationale verbondenheid, verdraagzaamheid en wereldvrede.”, aldus Annick Tricot. “We zien ook dat dat werkt. In deze school wordt niemand uitgesloten. Vluchtelingenkinderen bijvoorbeeld, die zijn al na een week opgenomen in de groep. Dat heeft te maken met de visie die we uitdragen. We stimuleren onze leerlingen zich in te leven: hoe zouden zij zich voelen om naar school te gaan in een onbekend land en les te volgen in een onbegrijpelijke taal? Zo maken ze de klik. De vluchtelingenkinderen leren ook gewoon heel snel. Ze nemen alles rond zich op als sponsjes.”

De inclusie op school zorgt ervoor dat ze op Pee en Nel haast geen pestproblematiek kennen. “Niet dat dit altijd in één vingerknip lukt. Het vraagt maatwerk. Momenteel zoeken we hard naar de beste manier om de lokale Roma-gemeenschap te betrekken bij de schoolwerking. Hun kinderen klitten nog teveel samen omdat ze moeilijker aansluiting vinden bij de schoolcultuur. De meeste ouders in die groep zijn zelf ongeschoold. In eerste instantie ben je al tevreden dat ze naar school komen. Maar het mag en moet meer natuurlijk. Als onze leerkrachten die kinderen na drie weken zien verdwijnen, is het niet evident om vol te houden.”

Roer omgooien
94 Procent van de kinderen op Pee en Nel hebben anderstalige ouders. Annick Tricot: “Hoewel de overheid graag in elke school een perfecte sociale mix zou willen zien, vind ik dat op zich geen probleem. De ‘autochtone’ Leuvense kinderen die hier komen, kiezen bewust voor onze manier van werken.”

Inspiratie
De etnische interactie op Pee en Nel zorgt voor inspirerende momenten. “Vorig jaar in juni vertelde een mama mij een anekdote over haar driejarig dochtertje. Terwijl ze samen naar ‘Thuis’ keken, zei het meisje: ‘Mama, er is maar één bruine meneer op tv en alle anderen zijn wit, hoe kan dat nu?’ Dat meisje vond het abnormaal dat in een tv-programma maar één donkere persoon meespeelde, omwille van haar schoolomgeving. Voor dat kind is het evident dat onze samenleving superdivers is.”

Een nieuw verhaal
“Toen ik hier vijf jaar geleden aankwam, was de school al een MOS-school.” gaat Annick verder. “Er vonden regelmatig acties of projecten plaats rond kinderrechten, kansarmoede en wereldproblemen. Maar het bleef een onsamenhangend geheel. Ik wilde daar een visie van maken en toewerken naar een doorleefde wereldburgerschapsreflex op school. Die transitie heeft veel tijd en werk gevraagd, maar nu staan we er, met een nieuw, sterk en geloofwaardig verhaal.”

Het nieuwe verhaal kwam er via aanpassingen op school én door een nieuw denkkader. “De vorige slogan van de school was ‘een groene school met een brede kijk’. Met de gewijzigde leerlingenpopulatie voor ogen, hebben we die slogan gewijzigd in: ‘alle kinderen, alle kansen’. Dat zegt echt waar wij voor staan. We zijn nog steeds een MOS-school, maar we zijn meer dan alleen maar groen. Op ons schoollogo stonden vroeger twee witte kindjes. Dat is nu een wit én een bruin kindje. Kleine, visuele dingen die het verschil maken”.

Sinds twee jaar is Pee en Nel ook een UNESCO school. Dat was een evidente keuze. Annick Tricot: “We stelden vast dat wij al veel deden van wat UNESCO scholen ook doen. Op dit moment brengen we al onze projecten en activiteiten samen onder de UNESCO noemer, ook visueel. In de gang zie je de UNESCO vlag en in elke klas hangen de SDG’s op. Het label geeft ons bovendien de motivatie om aan de slag te blijven. Je moet je lidmaatschap als UNESCO school elk jaar opnieuw verdienen. Werk je als school niet meer actief aan de UNESCO-idealen, dan kan de hoofdzetel in Parijs je het label weer afnemen.”

Overleg
Annick Tricot merkt op dat het leerkrachtenteam helemaal mee is in het overkoepelend verhaal. “We werken met het hele team vakoverschrijdend om de SDG’s en de vier kernthema’s van het UNESCO scholennetwerk zichtbaar te maken op school.” Die vier kernthema’s zijn vrede en mensenrechten, intercultureel leren, wereldburgerschap en duurzaamheid. “De leerkrachten ervaren dat het wereldburgerschapsverhaal makkelijk te koppelen is aan tal van andere leerdoelen. Ik stimuleer hen daarin, probeer hen te coachen. Ik geloof sterk in zelfsturende schoolteams, maar er is iemand nodig die een reden opgeeft waarom we het zo aanpakken op school. Dat vraagt een goede overlegcultuur.”

Creatieve aanpak
Bij Pee en Nel houdt het leerkrachtenteam op verschillende manieren rekening met de thuissituatie van de leerlingen. “90 procent van onze leerlingen wonen in Sint-Maartensdal, een complex van woontorens voor sociale huisvesting in Leuven. In hun vrije tijd doen ze geen uitstappen in de natuur. Daarom zetten we in op ‘outdoor learning’: wat we leren in de klas, gaan we buiten uitproberen. Voor kansarme kinderen is dat van groot belang. En als een kind vuil huiswerk afgeeft, dan zijn we al blij dat hij of zij dat huiswerk gemaakt heeft in plaats van het kind er te bruusk op te wijzen dat het niet netjes afgeleverd is.” De verscheidenheid aan achtergronden binnen de leerlingenpopulatie veronderstelt een creatieve aanpak van het schoolteam. “Stilletjes aan heeft het team de nodige interculturele en sociale competenties verworven, mits nascholing en structurele ondersteuning. Een belangrijke factor die helpt, is het feit dat elke leerkracht een klas twee jaar volgt. De leerkracht weet op de eerste schooldag van het tweede jaar welke aanpak voor zijn of haar klas en voor elk kind vereist is. Op graadniveau komt er daardoor tijd vrij om te differentiëren en doelen te bereiken. De kinderen moeten op het einde van de rit evenveel kunnen, maar krijgen wel twee jaar de tijd. Dat brengt zowel voor de leerkracht als de leerlingen rust. De prestatiedrang, zo eigen aan onze maatschappij, vangen we op die manier op. We hebben ook geen zittenblijvencultuur en minder faalangstige kinderen.”

Competent
De teamleden van Pee en Nel bezitten een zekere mate van interculturele en intermenselijke skills.. Bij aanwerving van nieuwe leerkrachten polst Annick Tricot meteen of de toekomstige collega een hart voor kinderen heeft en welzijn belangrijk vindt. “Dat is vooral buikgevoel. Ik moet het gevoel hebben dat hij of zij een lieve meester of juf is. Iemand met een hart voor kinderen, je staat ervan versteld hoeveel mensen in het onderwijs niet met deze insteek werken. Kan hij of zij bijvoorbeeld bolwerken dat er vluchtelingenkindjes in de klas zitten, of verschillende nationaliteiten en ieder met zijn eigenheid? Dat is voor mij een belangrijke competentie. En al onze teamleden hebben dat.”

Het beste voor hun kind
Een superdiverse leerlingenpopulatie betekent in Pee en Nel automatisch een gevarieerde oudergroep. Een groot deel van de ouders begrijpt de onderwijstaal niet. Het schoolteam zoekt manieren om de communicatie draaiende te houden. “In het verleden was het schoolrapport een te lijvig document. Omdat de ouders de rapporten niet konden lezen, werden ze vaak niet ondertekend. Nu gebruiken we een rapport met pictogrammen die de vakken aanduiden en smileys voor de resultaten. Ook in brieven en uitnodigingen voor het oudercontact gebruiken we die pictogrammen. Een inschrijvingsformulier is altijd een gekleurd blad, zodat ouders weten dat we daarop een antwoord verwachten. Ze kunnen ook steeds op het secretariaat terecht met al hun vragen. Werkt dat voor 100 procent van de gezinnen? Natuurlijk niet. Maar we blijven ervan uitgaan dat alle ouders het beste met hun kind voor hebben en dat ze allemaal betrokken willen zijn bij het onderwijs van hun kind. Ook anderstalige ouders, al tonen zij dat soms op een andere manier.”

Tijdens projectweken en -dagen worden ouders heel actief betrokken. “Zo is er een Nepalese papa die regelmatig een yogaworkshop geeft met wereldvrede als centraal thema. In de week van de gezonde voeding stellen ouders met veel trots en plezier een multicultureel buffet samen. En op onze lees-dag lezen ouders voor, sommigen in hun eigen taal. Toch hangen alle kinderen aan hun lippen. Wereldburgerschap en welbevinden haken hier automatisch in elkaar. Welbevinden op school start wanneer iedereen, leerkrachten, leerlingen én ouders, erkend wordt in zijn of haar talent en dat ook zo mag uiten.”, besluit Annick Tricot.

Deuken
Af en toe verschijnen er op school deuken in de ouderbetrokkenheid. Zo hebben de aanslagen van 22 maart in Brussel op Pee en Nel een diepe indruk nagelaten. “De scholen moesten die dag in lock-down. Dat zorgde voor een dubbel gevoel. Je moest de ‘slechteriken’ buitenhouden maar tegelijk gaf je de moslimouders het gevoel dat mogelijks ook zij slecht zijn. Met al die verschillende nationaliteiten zaten we echt met een geladen situatie. Moslimouders waren verlegen dat ze moslim waren. Je zag ook minder ouders aan de schoolpoort. Dat heeft zeker een maand sterk geleefd. We hebben dat meteen aangevoeld en via de kinderen geprobeerd te communiceren dat er geen verwijten waren. Na een tijdje werd de sfeer opnieuw losser. Maar zo’n gebeurtenis toont aan hoe belangrijk het is om te blijven inzetten op communicatie en welzijn van kinderen én ouders.”