Naar buiten, de straat op!
Joke Klaassen & Koen Cools – Thomas More

Lees meer

Open hier het volledige artikel in een printklare PDF (landscape)

“Naar buiten, de straat op!”, dat devies nemen Joke Klaassen en Koen Cools, beiden docent aan de lerarenopleiding bachelor lager onderwijs van Thomas More in Vorselaar, heel letterlijk. Het is hun credo in de uitbouw van het vak ‘Educatie’ waarbij ze persoonsvorming en wereldburgerschapseducatie theoretisch en praktisch in de lerarenopleiding een betekenisvolle plaats geven. Het is hun droom om wereldburgerschap uiteindelijk in de hele opleiding te verankeren.

Nieuwe taal
Het vak ‘Educatie’ staat op het programma van de eerste en tweede bachelor van de lerarenopleiding lager onderwijs. Joke Klaassen en Koen Cools geven hun studenten de tijd om zich aan te passen aan de hogeschoolcultuur. “Die studenten zijn zich volop aan het ontwikkelen. Het is niet zo dat je als 18-jarige met voldoende wereldkennis uit het secundair onderwijs komt”, legt Joke uit. “Leerlingen missen – wat te begrijpen is op die leeftijd – een genuanceerde taal om op een kritische manier naar de samenleving te kijken. Wat is dat nu ‘een buitenlander’, ‘een vreemdeling’, ‘een migrant’? Onze studenten worstelen daar mee. De taal die de studenten van thuis uit hebben mee gekregen is vaak onvoldoende. Het is tenslotte via een nieuwe taal dat je andere perspectieven ontdekt. Maar ook wij, docenten, vinden daarin wel eens moeilijk de weg. Het gaat tenslotte om complexe werkelijkheden.”

Onderzoekend en experimenteel
Met het vak ‘Educatie’ willen Joke Klaassen en Koen Cools hun niet-diverse groep studenten vanuit de ‘stille Kempen’ kennis laten maken met de superdiverse wereld. Koen: “In het eerste jaar van de opleiding staan vier sessies op het programma. Tijdens elke sessie vertrekken we vanuit een wat-als-vraag: ‘Wat als iedereen gelijk zou zijn?’, ‘Wat als alles te koop zou zijn?’, ‘Wat als alles virtueel zou zijn?’ en ‘Wat als kunst de wereld zou redden?’. Elke sessie heeft als doel om de student te laten nadenken. We maken letterlijk tijd vrij om te lezen, te kijken en te luisteren zodat hun wereldvisie zich op een onderbouwde manier verder ontwikkelt. We zeggen niet wát hij moet denken maar wel dát hij moet denken. De input die we hiervoor aanleveren is een mix van kennis en ervaring. In dialoog gaan met elkaar over de verschillende thema’s draagt bij aan hun persoonsvorming”.

Hier komt ook technisch bronnenonderzoek bij kijken: wat is een goede bron en hoe stel je een bronnenlijst op? “Bronnen kunnen natuurlijk teksten zijn”, zegt Koen, “maar ook een Ted-talk op Youtube, een blog,  een tentoonstelling of een theatervoorstelling. Enerzijds leveren wij per sessie een bronnenaanbod, anderzijds vragen wij hen om zelf bronnen op te sporen.”

Dat doen de bachelor-studenten ook op een experimentele manier. Joke geeft een voorbeeld: “We dagen hen uit. We vragen hen om ‘zo gelijk mogelijk’ naar de eerste les te komen. Meestal dragen ze dan allemaal dezelfde kleren en kiezen ze simpelweg voor een jeansbroek met een witte of zwarte T-shirt. Daarover gaan we in gesprek, we vragen hen of identieke kleren dragen voldoende is voor gelijkheid als principe. Meteen het startpunt van een reflectieproces.”

Focus en reflex
In het tweede jaar staan drie invalhoeken centraal: ken jezelf, leef je in en voel je verbonden. De experimentele aanpak wordt doorgetrokken. Joke “We trekken met de studenten drie dagen naar Antwerpen. Tijdens deze driedaagse sporen we ze aan om de veilige klasomgeving te verlaten. Ze wandelen op onbekende plaatsen in de stad en spreken daar mensen aan.” Het valt beide docenten op dat studenten er, weliswaar na enige weerstand, hun eigen ding van maken. Drie dagen wandelen zorgt ervoor dat ze in het vak ondergedompeld worden. Ze leven samen in een onderzoekende en vormende context. “We merken dat er volop focus is”, duidt Koen. “Er is niets anders waarover ze moeten nadenken en deze ervaring geeft voeding aan een wereldburgerschapsreflex.”

Dwarslijnen
Deze aanpak is gebaseerd op de visie en manier van werken van Jan Masschelein en Maarten Simons van KULeuven. De studenten bewandelen een lange halve dag per twee een vastgelegde route door de stad. Een plan van Antwerpen met daarop een rechte lijn die de stad doorsnijdt, vormt de leidraad. De studenten moeten de lijn zo nauwkeurig mogelijk op en neer wandelen. De duo’s worden door het lot bepaald. In eerste instantie voelt dat voor sommige studenten oncomfortabel aan. Pas achteraf begrijpen velen de waarde.

De studenten nemen tijdens de driedaagse in Antwerpen de nodige tijd. “Masschelein zou zeggen: ‘vrije tijd’. Tijd om grondig kennis te maken met de (super)diverse realiteit van de grootstad. Tijd vrijmaken om je bezig te houden met datgene waarmee je je wil bezighouden, en daarvan leren”, zegt Joke. “En we merken dat dat werkt. Waar we vroeger sessies hadden die verspreid waren over het semester, zorgen we nu voor focus in de stad”, vult Koen aan. Het valt beide docenten op dat studenten soms weerstand ervaren. Maar uiteindelijk nemen de meeste studenten de zaak ernstig en genieten ze ook van de vrijheid die ze krijgen. Ze leven een korte week samen in een onderzoekende en vormende context. “Er is niets anders waaraan ze moeten denken en deze ervaring geeft voeding voor een wereldburgerschapsreflex”, duidt Joke. En ze besluit: “Persoonsvorming is een belangrijke component. Dit wandeltraject doen ze niet met hun beste vriend of vriendin. In het begin voelt dat oncomfortabel aan maar achteraf horen we vaak: ‘Eigenlijk kende ik die persoon niet, maar ik heb die nu op een andere manier leren kennen. Ik heb ook op een andere manier naar de dingen rondom mij gekeken. Had ik dit met mijn beste vriendin gedaan, dan hadden wij continu gepraat. Nu waren we gefascineerd door allerlei dingen die op de Turnhoutsebaan gebeurden.’”

Een leerkracht is in de eerste plaats een persoon voor de klas. Het is dus cruciaal dat deze persoon goed gevormd is, zichzelf goed kent en voldoende zicht heeft op hoe de samenleving evolueert.

Erfenis
Hoe nemen studenten dit effectief mee naar de praktijk? Aan de hand van interviews wordt dit afgetoetst. Joke stelt: “Dan hebben we het onder meer over de ‘erfenis’ die elke persoon met zich meedraagt: ‘Wat is mijn erfenis en wil ik die van me afgooien of net doorgeven?’ Zo geven studenten aan dat hun kijk op de wereld veranderd is.” Vooral wanneer studenten tijdens een pauze, of ’s avonds op de driedaagse, vragen stellen over en dieper ingaan op de thema’s, zijn beide docenten tevreden. “Toch zouden we graag de tijd krijgen om het effect van wat we doen wat grondiger en meer onderbouwd in kaart te brengen”, geeft Joke toe, “zonder dat we hierbij alles tot in detail gaan ‘meten’.”

Als je geheugenbibliotheek groot is, ben je in staat om in onze geglobaliseerde wereld om te gaan met onbekende zaken.

Geheugenbibliotheek
In ‘Cultuur in de Spiegel’ stelt Barend van Heusden dat cultuur een cognitief proces van betekenisgeving is. “Als leerkracht betekent”, duidt Joke, “dat je je leerlingen kapstokken aanbiedt zodat ze in contact kunnen komen met onbekende zaken. Die ervaringen pakken ze mee en vinden een plaats in hun ‘geheugen’. Cultuur maakt de brug tussen die werkelijkheid en dat persoonlijk geheugen. Als je geheugenbibliotheek groot is, ben je in staat om in onze geglobaliseerde wereld om te gaan met onbekende zaken. Dat helpt om beter te kunnen omspringen met een snel veranderende werkelijkheid. Wereldburgerschapseducatie heeft als doel de studenten de nodige tools, bagage, kennis, vaardigheden en attitudes aan te reiken zodat ze in de superdiverse wereld aan de slag kunnen.”

Tenslotte is het de bedoeling dat de studenten op hun beurt hun toekomstige leerlingen helpen in de ontwikkeling van een rijke geheugenbibliotheek. Koen stelt:  “Je moet net die taken geven die de geheugenbibliotheek breder maken en soms zijn dat zaken die in het begin taai en minder toegankelijk zijn. Onderwijs zet teveel in op herhaling, dat wil zeggen op dingen die kinderen ook al thuis of in de jeugdbeweging meemaken.”

Rode bal
“We doen bijvoorbeeld een oefening met een ‘rode bal’, verwijzend naar The Red Ball Project van de Amerikaanse kunstenaar Kurt Perschke, die een paar jaar geleden in Antwerpen zijn rode bal op onverwachte plaatsen en momenten liet opduiken in de stad. Onze studenten krijgen ook zo’n bal mee en moeten die in scène zetten op een plaats die voor hen van betekenis is.” Dat levert vaak mooie verhalen op, zoals een van de docenten getuigt: “Een groepje studenten gooide de bal naar iemand die dat niet verwachtte en dan praatten ze met die persoon en namen ze een foto.” (Koen Cools)

Possibles futures
Nog niet alle collega’s verwijzen in hun vak naar wereldburgerschap. Er is nog geen totaalplaatje. De opstart van het project kwam van onderuit. De docenten merken wel dat de interesse groeit. “Wereldburgerschap zou verankerd moeten zijn binnen de lerarenopleiding zodat er tijd en ruimte is om errond te werken. Ook in de scholen waar studenten stage lopen of later tewerkgesteld worden, is er niet altijd ademruimte om te werken rond wereldburgerschap. Daarom zijn we begonnen met een traject  nascholingen, onder de noemer ‘Possible Futures’. Op die manier kunnen wij het werkveld inspireren”, haalt Joke aan.

Rode draad
Doorheen het interview blijkt dat co-teaching een solide basis is voor verankering van wereldburgerschapseducatie aan de lerarenopleiding. Joke en Koen staan tijdens deze projecten vaak samen voor de klas. “Je kan op elkaar terugvallen en elkaar aanvullen”, zegt Joke, “ zo wordt niet alleen je eigen blik verruimd, maar geef je meteen het voorbeeld van hoe co-teaching functioneert en wat de voordelen ervan zijn. “ Zo hopen Joke en Koen concreet dat hun studenten later de kans zullen krijgen en grijpen om aan co-teaching te doen.

Wat de toekomst brengt? “Ondanks het feit dat we hier al enkele jaren mee bezig zijn, heb ik nog lang niet het gevoel dat ons verhaal is uitverteld,” zegt Koen. Joke vult aan: “Sterker nog: meer dan ooit lijkt de wereld nood te hebben aan kritische, breed gevormde leraren.” Kortom, alles ligt nog open: Possible Futures!

Belangrijk is dat de aandacht voor wereldburgerschap niet tot een vak beperkt blijft en zijn weg vindt in de opleidingsonderdelen van collega’s. Via een breed draagvlak kan wereldburgerschap zo een rode draad weven doorheen de volledige lerarenopleiding.