Leraren opleiden tot betrokken wereldburgers: geen sinecure
Lectoren hogeschool UC Leuven-Limburg

Lees meer

Open hier het volledige artikel in een printklare PDF (landscape)

Kan je wereldburgerschapseducatie integreren in het volledige onderwijsaanbod? Geen onmogelijke opdracht zeggen vier lectoren van de lerarenopleiding Secundair Onderwijs van de hogeschool UC Leuven-Limburg. Kleur Bekennen sprak met Leen Alaerts en Hannelore Verstappen, lectoren in Leuven en Imran Nawaz en Jan Swerts, lectoren in Limburg. 

“Wereldburgerschapseducatie beperkt zich niet tot een studie van de complexe wereld waarin we leven. Het behandelt evenzeer de vraag hoe we moeten omgaan met actuele vraagstukken in een wereld in verandering”, aldus de lectoren. “De maatschappelijke vraagstukken waar de leerlingen vandaag en morgen mee geconfronteerd worden, zijn zeer complexe kwesties. De gevolgen kunnen ingrijpend zijn en tegelijk ontbreekt eensgezindheid over de mogelijke antwoorden. Onderwijsinstellingen die willen inzetten op wereldburgerschapseducatie moeten m.a.w. bereid zijn om hun aanpak en visie voortdurend bij te sturen en te durven experimenteren”, klinkt het unisono.

Durven experimenteren
Leen Alaerts en Hannelore Verstappen trachten leerkrachten te stimuleren om meer rond wereldburgerschapseducatie (WBE) te experimenteren. Binnen de lerarenopleiding van de UC Leuven-Limburg (UCLL) werken ze een praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek (PWO) rond wereldburgerschap uit. Samen met professionele leergemeenschappen in acht scholen en aan de hand van beschikbare literatuur gaan ze na hoe secundaire scholen WBE in hun werking kunnen verankeren.

Onderzoekers gaan samen met een team van minstens vijf leerkrachten en bij voorkeur iemand van de schooldirectie collaboratief te werk. “Een collaboratieve aanpak betekent veel meer dan puur samenwerken”, legt Leen Alaerts uit. “Je mag op elkaars terrein komen en je kan bevragen wat, hoe en waarom iemand iets doet.” Communiceren en overleggen, met oog voor inbreng van anderen en gericht op groepsrendement, bevordert een brede gedragenheid van WBE op een school. Ook de implementatie van experimentele en eventueel schooloverstijgende initiatieven vaart er wel bij.

Een dergelijk onderzoeksopzet botst echter op grenzen. Hoewel de deelnemende leerkrachten en directieleden de trekkers positief verbaasden met hun buitengewoon en bovendien vrijwillig engagement, kon de (onder)zoekende component volgens hen nog sterker. “Vier of vijf keer per jaar met een werkgroep samenkomen is te weinig om echt te leren van elkaar”, verklaart Leen Alaerts. Imran Nawaz treedt bij: “Bovendien blijft het moeilijk om niet als expert gepercipieerd te worden, iemand die dé antwoorden al in pacht te heeft. Daar moet nog aan gesleuteld worden. We willen samen met hen leren.”

Wereldburgerschapseducatie moet in het DNA van de onderwijsinstelling zitten. Meer zelfs, het moet op een professionele manier gelinkt zijn aan de visie van een team.

Brede schoolbenadering
Dat dit onderzoek focust op een krachtig draagvlak voor wereldburgerschap op school, komt niet uit de lucht vallen. Uit voorgaand onderzoek blijkt namelijk het cruciaal belang van een sterk draagvlak voor doortastende en duurzame wereldburgerschapsinterventies, precies om een grote impact te genereren.

“Wereldburgerschapseducatie moet in het DNA van de onderwijsinstelling zitten”, benadrukt Leen Alaerts. “Meer zelfs, het moet op een professionele manier gelinkt zijn aan de visie van een team. Daarvoor is een whole school approach nodig: een samenwerkingsverband met alle schoolbetrokkenen, dus ook met ouders, de schoolomgeving en externe partners. WBE heeft een transformatief karakter enkel en alleen als het integraal deel uitmaakt van het schoolgebeuren.”

De transformatieve benadering van WBE kan op uiteenlopende manieren een vertaalslag krijgen in de praktijk. Het complexe karakter van mondiale vraagstukken eist een experimentele houding, met diverse – en soms zelfs divergente – WBE-visies en praktijken als gevolg.

(lees verder onder foto)

Leen Alaerts

Hoofd, hart, handen
Aan de lerarenopleiding in Leuven wordt sterk ingezet op cognitieve, socio-emotionele en gedragsmatige vaardigheden, waardoor duidelijk is dat voor hen WBE meer is dan louter kennis. “Van studenten verwachten we dat ze in hun opdrachten steeds de link leggen naar deze drie vaardigheden”, verduidelijkt Leen Alaerts. “Wanneer ze bijvoorbeeld werken rond de Roma-thematiek, dan is een literatuuronderzoek naar mensenrechten onontbeerlijk, evenals een kritische reflectie of media-analyse over de actualiteit en misschien zelfs een artistieke verwerking in een fotoreportage. Een goed onderbouwde visie is het vertrekpunt voor betrokkenheid en engagement.”

Heel veel begrippen zijn onbekend terrein voor een grote groep studenten. Hierdoor verzanden ze sneller in zwart-wit denken.

Aan de lerarenopleiding in Limburg maakt men bewust minder expliciet de opdeling tussen cognitieve, socio-emotionele en gedragsvaardigheden. Jan Swerts legt uit: “Volgens sommigen kan je een sterk onderscheid maken tussen de verschillende vaardigheden, alsof ze los te koppelen zijn. Een attitude zonder kennis blijft een holle attitude. Cognitie doet met andere woorden bruikbare inzichten ontstaan.”

De lerarenopleiding in Limburg zet op de eerste plaats in op de versterking van de algemene kennis van toekomstige leerkrachten. “Volgens onderzoek is algemene kennis de voorbije jaren sterk achteruit gegaan”, argumenteert Jan Swerts. “Het Midden-Oosten, waar is dat? Een vakbond, wat is dat? Heel veel begrippen zijn onbekend terrein voor een grote groep studenten. Hierdoor verzanden ze sneller in zwart-wit denken. Ze vormen snel een mening aan de hand van wat ze thuis of op café gehoord hebben en op basis van wat ze op Twitter hebben gelezen. Dat baart me zorgen. Een sterke focus op cognitieve vaardigheden is noodzakelijk voor de ontwikkeling van een kritische houding. En laat dat nu net een essentiële eigenschap van een leraar zijn”, besluit Jan Swerts.

Richtinggevend kader
De lerarenopleidingen in Leuven en in Limburg zoeken steeds naar manieren om WBE een zinvolle plaats te geven in het curriculum. Ze zijn het erover eens dat de introductie van een richtinggevend kader als houvast voor alle inspanningen cruciaal is voor een succesvol resultaat. Leuven haalt expliciet het kader van de Sustainable Development Goals (SDG’s) aan. “We hopen dat scholen vertrekken vanuit dergelijke sterke kaders die hun maatschappelijk en historisch belang intussen bewezen hebben”, aldus Imran Nawaz.

Praktijkvoorbeelden
In deze lerarenopleidingen zet men vandaag bovendien sterk in op de versteviging van de interculturele competenties van toekomstige leraren. In Limburg werkt men al enkele jaren samen met secundaire scholen om een aantal leerlingen binnen het project ‘Leren Thuis Leren’ te begeleiden. Imran Nawaz legt uit: “Laatstejaarsstudenten leggen in het kader van hun stage een tiental huisbezoeken af bij één, in samenspraak met de ouders, geselecteerde leerling. Het zijn leerlingen die bij hun studies een extra duwtje in de rug  kunnen gebruiken. Vaak komen zij uit kansarme gezinnen, al dan niet met een migratieachtergrond. Ondersteund door de nodige inhoudelijke begeleiding en intervisiesessies halen onze studenten erg veel uit dit samenwerkingsverband.”

In Leuven kunnen studenten kiezen voor een gelijkaardig buddyproject (studieondersteuning jongeren uit de eerste graad) of voor een participatie in ‘Indigo’, een project dat aansluit bij de reguliere stage en inzet op diversiteit in grootstedelijk onderwijs. Indigo is een project van de Associatie KU Leuven dat inzoomt op stages in Brusselse scholen. Ook tijdens de buitenlandse trajecten en de internationale klas, waarin een groep internationale studenten allerlei activiteiten organiseren voor studenten uit de reguliere opleidingen, komen interculturele competenties expliciet aan bod. Zijn deze initiatieven en projecten een vruchtbare bodem voor betekenisvolle, krachtige en toekomstgerichte wereldburgerschapseducatie? In Leuven en Limburg zijn ze er van overtuigd.