Samen naar de wereld van morgen

“Burgerschap is niet alleen leerlingen wegwijs maken in de wereld zoals die vandaag is, maar hen ook in staat stellen om in te grijpen op die samenleving; om de samenleving zoals die nog niet is te verbeelden. Dat mag niet bij mooie woorden blijven.” Aan het woord is Tom Uytterhoeven, stafmedewerker bij Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Kruit sprak met hem over inspirerend burgerschap en hoe de katholieke koepel schoolteams inspireert om hiermee aan de slag te gaan.

Voor de vorming van haar vernieuwde visie voor secundair onderwijs kon Katholiek Onderwijs Vlaanderen voortbouwen op opgedane inzichten uit het basisonderwijs, waar het nieuwe leerplan Zin in leren! Zin in leven! sinds september 2017 de leidraad is. In dat nieuwe leerplan wordt de nadruk gelegd op een sterke verbondenheid tussen persoonsgebonden ontwikkeling (relationele vaardigheden, ondernemingszin, identiteit …) en cultuurgebonden ontwikkeling (vakinhoudelijke kennis). Deze verbondenheid wil men doortrekken in het secundair onderwijs.

“Inspirerend burgerschap willen we niet in één vak plaatsen. Mens en Samenleving is een belangrijke component, maar minstens zo belangrijk – zo niet belangrijker – is ons gemeenschappelijk Funderend Leerplan.”

Burgerschapsvorming gaat bijgevolg niet enkel om het overdragen van kennis, maar ook om vaardigheden en attitudes die leerlingen in staat stellen om mee te werken aan de samenleving van morgen. Dat vraagt om een geïntegreerde aanpak. Het Funderend Leerplan komt daaraan tegemoet door over de vakken heen in te zetten op persoonsvorming van de leerlingen. Zo zorgt Katholiek Onderwijs Vlaanderen ervoor dat inspirerend burgerschap niet in één bepaald onderdeel van het curriculum besloten blijft. Er wordt getracht om inspirerend burgerschap zoveel mogelijk in het volledige curriculum en schoolleven te verweven.

“Het eigenaarschap van de school zal leiden tot een fundamenteler gesprek en fundamentelere keuzes die teams uit zichzelf en uit eigen kracht maken.”

Makers van het Funderend Leerplan lieten zich nog meer inspireren door ervaringen uit het basisonderwijs om ook in het secundair onderwijs co-creatief te werk te gaan. De expertise die aanwezig is in het onderwijs wordt op die manier optimaal benut. Het nieuwe leerplan hecht veel belang aan het eigenaarschap van de school en het lerarenteam. Daarbij wordt van schoolteams verwacht dat ze verantwoorde keuzes maken in functie van de eigen context en leerlingen. Dat eigenaarschap en de betrokkenheid van leraren zal leiden tot bewuste keuzes om inspirerend burgerschap een volwaardige plaats te geven binnen hun onderwijs.

Hoe stimuleert het Funderend Leerplan om inspirerend burgerschap concreet vorm te geven in een school? Zorgt het eigenaarschap van de school voor een te grote vrijblijvendheid? Hoe komt Katholiek Onderwijs Vlaanderen tegemoet aan de kloof tussen burgerschapscompetenties van leerlingen uit de A-stroom en leerlingen uit de B-stroom? We legden deze en andere vragen voor aan Tom Uytterhoeven in onze eerste Kruit-podcast.


We moeten af van de mentaliteit van koning in eigen klas

Het Lesson Study traject Actief Burgerschap van het Gemeenschapsonderwijs GO! werd gesteund door Kruit, het kenniscentrum voor wereldburgerschapseducatie. Kruit gaf aan het begin van de Lesson Study-cyclus inhoudelijke input rond betrouwbare bronnen en trad in de slotfase op als kritische (en tevens ook onafhankelijke) vriend tijdens het terugblikken op en evalueren van het gelopen traject.

Vanuit de sterke overtuiging dat de nieuwe eindtermen voor de eerste graad A- en B-stroom scholen heel wat kansen bieden voor vernieuwing en innovatie, wil Kruit inzetten op een positieve benadering van de hervorming. Met dit partnerschapsproject wil Kruit leraren ondersteunen bij de implementatie binnen de lespraktijk. Het Lesson Study traject Actief Burgerschap biedt kersverse leraren Actief Burgerschap de kans tot professionalisering en een verhoogd gevoel van bekwaamheid en zelfvertrouwen.

Burgerschapscompetenties maken voortaan deel uit van de verplicht te behalen eindtermen. Leerkrachten moeten daartoe zichzelf in vraag leren stellen. Imke Deleu, pedagogisch begeleider actief burgerschap bij het GO! onderwijs, begeleidt hen daarbij. Dat blijkt een hele uitdaging. “Niet elke leraar is doordrongen van het belang van bewust en systematisch reflecteren over het eigen lesgeven. Het sprokkelen van inhouden is vaak belangrijker.”

Het werken aan burgerschapscompetenties van leerlingen vraagt om inspanningen op twee niveaus: inhoudelijk én transversaal. Met andere woorden: leerkrachten burgerschap moeten niet alleen over een sterke vakkennis beschikken, maar moeten tegelijkertijd buiten de lijnen van hun vak durven kleuren.

Samenwerking tussen collega’s is cruciaal. Daarbij moeten ze de nodige reflectie aan de dag leggen. “We moeten dringend af van de mentaliteit van koning in eigen klas”, stelt Imke. “Meer dan ooit hebben we nood aan moderne leraren die het eigen onderwijs kunnen problematiseren, de bestaande routines en opvattingen rond studie en onderwijs ter discussie stellen en de opvattingen van collega’s willen en kunnen begrijpen”.

“We hebben nood aan moderne leraren.”

Dubbele doelstelling

Samen met collega Liesbet Van den Driessche kwam Imke, met jarenlange ervaring als leraar op de teller, met een nieuw idee op de proppen. Ze zagen in de Lesson Study methodiek de kans om twee vliegen in een klap te slaan.

Lesson Study is een professionaliseringstraject waarbij leraren van elkaar leren: ze bereiden samen lessen voor, observeren samen en bespreken de impact van hun handelen op het leren van de leerlingen. De focus ligt bijgevolg niet alleen op lesinhoud en didaktiek, maar ook op de ontwikkeling van een reflectieve houding. Vooral die laatste invalshoek was voor Imke doorslaggevend om een Lesson Study project op poten te zetten voor leraren actief burgerschap in het GO!

Snel resultaat zien

De projectoproep werd een succes. Een twintigtal leerkrachten pendelden vanuit verschillende Vlaamse scholen naar het Huis van het GO! in de Brusselse Noordwijk. Na een eerste kennismaking vonden ze elkaar in vijf werkgroepjes. “Opvallend was de grote honger naar inhoudelijke input omtrent de gekozen (wereld)burgerschapsthema’s”, zegt Imke. “Al vanaf de eerste bijeenkomst vuurden de betrokken leraren vooral inhoudelijke vragen en bezorgdheden op ons af. Wellicht niet zo verwonderlijk: burgerschap blijft voor veel leraren nieuw”.

Voor de leerkrachten primeerde de zoektocht naar vakinhoud en manieren om kennis, vaardigheden en attitudes aan te brengen, eerder dan het reflecteren over de eigen onderwijskwaliteit. “Ik hoorde voornamelijk ideeën over potentieel interessante inhouden en werkvormen. Kritische vragen of verwondering die de gevoerde gesprekken kunnen verdiepen, waren er amper”.

“Burgerschapsvorming blijft voor veel leraren een nieuw gegeven. De honger naar inhoudelijke input was dan ook heel groot.”

Durven loslaten

Er werd bijgevolg afgestapt van de initiële dubbele doelstelling. Beter om eerst in te spelen op de reële inhoudelijke noden, zo redeneerden Liesbet en Imke, dan vast te houden aan iets wat de leerkrachten op dat moment als minder prioritair ervaren. “Gaandeweg gingen we flexibeler om met de vooropgezette structuur van de contactmomenten, met een vakinhoudelijke en vakdidactische focus”, vertelt Imke.

De eigenlijke fasen van een Lesson Study kregen hierdoor wat minder aandacht. Imke en Liesbet schakelden, met hulp van Kruit, externe partners in, zoals het Kenniscentrum Kinderrechten, PeaceJam en DemoKlap, om inhoudelijke workshops te voorzien rond kinderrechten en een intercultureel schoolklimaat. Noodgedwongen knipten ze in de beschikbare tijd voor reflectie.

Verwachtingenmanagement

Desondanks zetten Imke en Liesbet door, en bleven ze reflectieve vragen opwerpen in de werkgroepjes. “Het werd echter een ongelijke strijd. Elk groepje intensief begeleiden kon niet, daarvoor was het aantal deelnemers te groot. Bovendien,”, vervolgt Imke, “kreeg ik de indruk dat uitnodigingen tot reflectie soms opgevat werden als een oproep tot pasklare antwoorden, eerder dan als uitnodiging om samen verder op zoek te gaan”.

“Op zulke momenten merkte ik dat we een sterkere omkadering van het traject nodig hadden”, vertelt Imke. “Op die manier kunnen dergelijke vragen gelinkt worden aan de helder vooropgestelde doelstellingen”.

Terugblikken

Imke blikt met een dubbel gevoel terug op het gelopen traject: “Enerzijds slaagden we erin om een antwoord te bieden aan een concrete nood van leerkrachten burgerschap. De groepjes staken kwalitatieve lessen of zelfs lessenreeksen in elkaar rond kinderrechten, machtsmisbruik, vooroordelen en stereotypering. Met duidelijk toegenomen zelfzekerheid brachten zij deze lessen ook in hun klassen”.

“Anderzijds bleef de ruimte voor bredere leerwinsten bij de deelnemende leerkrachten beperkt. Reflectie op het eigen lesgeven, de vraag naar de effecten hiervan op leerlingen en een kritische uitwisseling tussen collega-leerkrachten kwamen minder prominent aan bod. Een gemiste kans op dat vlak”, besluit Imke.

Een eerste stap vooruit

Imke beschouwt dit project vooral als een eerste stap voorwaarts. “Het was een leerproces, zowel voor de betrokken leerkrachten, als voor ons, de procesbegeleiders. De leerkrachten deden een positieve ervaring op rond co-creatie en samenwerken met collega’s. Ikzelf stak dan weer heel wat op met het oog op de facilitatie van dergelijke projecten in de toekomst. In de toekomst werpt dit proces ongetwijfeld Dat werpt ongetwijfeld z’n vruchten af”.


Lesson Study en de nieuwe burgerschapscompetenties, geleerde lessen:

    • Geef meteen aan dat het bredere doel van professionalisering primeert boven de realisatie van een concreet eindproduct. Benadruk hierbij eerder de structurele leerwinsten dan de eenmalige succeservaring met nieuw lesmateriaal.

 

    • Werk met leerkrachten uit eenzelfde school of scholengroep. Dit vergemakkelijkt de praktische organisatie van een Lesson Study traject, zoals de observatie van elkaars lessen.

 

    • Besteed bij het begin van het traject voldoende aandacht aan het creëren van een gevoel van veiligheid bij de deelnemers. Lesson Study kan maar slagen als de leerkrachten openstaan voor een wederzijdse, kritische bevraging van elkaars praktijken, gewoonten en uitgangspunten.

 

    • Hou de inhoudelijke input beperkt en blijf zo goed mogelijk bij jouw rol als procesbegeleider. Bouw tijd in voor intensieve één-op-één begeleiding van de groepjes leerkrachten.

 

Andere stories:

Leren van en met elkaar

Bij de Lesson Study-methodiek staat een open en onderzoekende houding centraal. Leerkrachten doorlopen samen verschillende fasen om het leren van studenten te observeren en de les aan te passen aan deze observaties. Doordat de leerkrachten feedback geven op elkaars les in een veilige omgeving, wordt het eigen referentiekader uitgedaagd en wordt de uitwisseling – in dit geval tussen twee culturen – gestimuleerd. De verschillende perspectieven en het delen van ervaringen heeft een positief effect op de kwaliteit van het onderwijs.

Dit project is een samenwerking tussen VVOB, Lesson Study Vlaanderen, Djapo en Kruit. Kruit, het Kenniscentrum voor Wereldburgerschapseducatie, trad op als klankbord tijdens de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het traject. Dit project is belangrijk voor Kruit omdat het minder bekende en niet-Westerse perspectieven op wereldburgerschapseducatie mee in rekening brengt. Met dit project willen de verschillende partners leerkrachten uitdagen hun eigen praktijkkennis en vooronderstellingen onder de loep te nemen en, indien nodig, bij te stellen.

“Het was eerder tijdens de informele momenten, los van het traject, dat onze gedeelde interesses naar boven kwamen. Dan voelde je raakpunten.” Leen Van der Stock is in het dagelijkse leven docente aan de hogeschool West-Vlaanderen voor de opleiding kleuter- en lager onderwijs. Ze vertelt ons over een uitwisselingsproject tussen Zambiaanse en Belgische docenten waarin wereldburgerschapscompetenties centraal stonden. Een Lesson Study-traject was het vertrekpunt, maar het waren vooral de informele contacten die een sfeer van vertrouwen en gelijkwaardigheid creëerden.

Wereldburgerschapseducatie in de lerarenopleiding

Leen legt uit dat er twee sporen zijn waarop aan wereldburgerschapseducatie wordt gedaan binnen de lerarenopleiding. Enerzijds is het belangrijk om deze vaardigheden aan te leren aan de studenten zelf. Anderzijds moeten de leerkrachten in spe ook handvaten meekrijgen om dit op hun beurt te kunnen aanleren aan hun leerlingen. Doorheen de jaren bouwde Leen heel wat expertise op rond wereldburgerschap en systeemdenken. Dat laatste is een methodiek die kan ingezet worden om wereldburgerschapscompetenties aan te brengen. Via systeemdenken wordt een thema vanuit verschillende standpunten bekeken om die manier verbanden te leggen en oorzaken en gevolgen te kunnen benoemen.

Toen Leen werd gevraagd of ze wilde instappen in het Lesson Study-project, waarbij er samenwerkingsmogelijkheden ontstonden met Zambiaanse docenten en andere experts, twijfelde ze niet. Het project gaf haar de mogelijkheid om de reeds ontworpen lessen rond systeemdenken in een internationaal perspectief te plaatsen. Aanvullende inhoudelijke expertise van de partners en een niet-westerse blik, vormden een grote meerwaarde. Met deze inhoudelijke focus en veel goesting ging ze aan de slag.

Wij-zij

Bij Lesson Study vertrekt het leerteam normaal gezien vanuit een gezamenlijk geformuleerde onderzoeksvraag die relevant is voor ieders onderwijspraktijk. Omwille van praktische redenen hadden de Belgen en de Zambianen echter een apart lesonderwerp. In eerste instantie kwamen enkele Zambiaanse lerarenopleiders naar België om een les van Leen rond systeemdenken bij te wonen en hun eigen les uit te werken.

Terwijl Leen vooral uitkeek naar het samen creëren, uitwisselen en leren van elkaar, lag bij de Zambianen de focus vooral op het uitwerken van een kwalitatieve les rond de integratie van spelmogelijkheden. Deze verschillende onderzoeksvragen zorgden soms voor een wij-zijgevoel. Leen merkte op dat de Zambiaanse lerarenopleiders tijdens het ontwerpproces hun Vlaamse collega’s meer expertise toeschreven dan zichzelf. “Zeker de eerste dagen had ik het gevoel dat de Zambianen eerder een afwachtende houding aannamen. Terwijl ik er net naar uitkeek om samen iets te creëren. Dat we niet konden vertrekken vanuit dezelfde onderzoeksvraag bemoeilijkte de samenwerking. Eenzelfde onderwerp zou uitwisseling en tweezijdige inbreng in de hand gewerkt hebben. Nu hadden we weinig overlap en waren de momenten van samenwerking eerder beperkt.”

Daarom ging Leen op zoek naar contactopportuniteiten buiten het Lesson Study-traject. Zo werd er bijvoorbeeld een bezoek gebracht aan de hogeschool, waardoor er ongedwongen gesprekken ontstonden. “Gaandeweg leerden we elkaar beter kennen. Vanaf de derde dag was er een goede connectie tussen ons; een sfeer van vertrouwen. Het was eerder tijdens die informele momenten, los van het traject, dat onze gedeelde interesses naar boven kwamen. Dan voelde je raakpunten.”

Verruimde blik

In een later stadium ging Leen met een collega naar Zambia om daar een les op de hogeschool bij te wonen over het integreren van spel in lessen voor jonge kinderen. Leen bezocht Afrika voor het eerst. Ze wilde bewust loskomen van vooroordelen en stereotypen, maar werd toch verrast door wat ze zag. “Ik weet dat ik mij niet mag laten vangen door stereotiepe beeldvorming. Deze ervaring hielp me om mijn blik echt open te breken. Ik werd aangenaam verrast door hoever ze stonden met het uitwerken van didactische principes. Ook de docenten in Zambia streven naar alsmaar kwalitatievere opleidingen voor hun studenten. Binnen de mogelijkheden die we hebben zijn we allemaal op zoek naar ideeën om onze lespraktijk te versterken.”

Springplank naar meer samenwerking

Deze positieve ervaring leidde tot een concreet plan om de samenwerking en uitwisseling tussen de hogeschool uit West-Vlaanderen en Zambia verder uit te diepen. “Momenteel loopt er al vier jaar een nauwe samenwerking met Zambia, maar vanaf volgend academiejaar brengen we alle tweedejaarsstudenten met elkaar in contact. We laten hen uitwisselen over lessen en het onderwijssysteem in België en Zambia. Op die manier verruimen we het wereldbeeld van onze studenten.”

Wanneer we Leen vragen om het Lesson Study-project te evalueren, maakt ze enkele kritische bedenkingen. “Om een Lesson Study te doen slagen, zou ik hameren op het gebruik van één gezamenlijk lesonderwerp. Als we gewoon even doorbabbelen komen we echt wel op dezelfde vragen uit wat kwaliteitsvol onderwijs betreft. Dat zou de uitwisseling van in het begin versterkt hebben. Bovendien denk ik dat er nog heel wat andere manieren zijn om uitwisseling te stimuleren, zoals bijvoorbeeld job shadowing. De focus op één of enkele lessen werkte soms beperkend. Maar door dit traject te doorlopen, heb ik de collega’s in Zambia leren kennen en dat is een enorme meerwaarde. Ik zie het als een springplank naar meer samenwerking. Als we dat kunnen bereiken en onze studenten kunnen laten uitwisselen, dan denk ik dat dat een heel mooi resultaat is van het project.”

Andere stories:

Durven springen, ondanks hindernissen en weerstand

Dit pilootproject maakt deel uit van een ruimer partnerschapsproject ondersteund door Kruit. Hierin begeleidden UC Leuven-Limburg en Katholiek Onderwijs Vlaanderen pilootprojecten rond Big Questions en inspirerend burgerschap in verschillende Vlaamse scholen. Raadpleeg hier het opzet, de resultaten en de ontwikkelde materialen van dit partnerschapsproject.

Vakoverstijgend samenwerken rond grote burgerschapsvragen in het technisch onderwijs

Burgerschap op school wordt best niet opgesloten in een specifiek vak of een welbepaalde les. Verdieping en samenwerking over vakken heen is een must. Maar hoe maak je leerkrachten warm om de comfortzone van het eigen vak te verlaten? Tine Binnemans, leerkracht en coördinator talenbeleid in het Leuvense Miniemeninstituut, experimenteerde rond deze uitdaging in een vakoverstijgend project in het vierde jaar TSO. In haar gereedschapskist: co-teaching, Big Questions en een flinke dosis volharding. “De meeste leerkrachten gingen gaandeweg helemaal op in dit vernieuwende project”, stelt Tine. “Slechts bij enkelen was het sjouwen van begin tot eind om hen aan boord te houden.”

Thematische projectdagen

Voor het tweede jaar op rij zet Tine binnen het Miniemeninstituut in op thematische projectwerking. Leerkrachten laten de klassieke lesstructuur even los en geven samen vorm aan diverse workshops. Gedurende drie opeenvolgende projectdagen komt een brandend thema aan bod. Het doelpubliek? Leerlingen van het vierde jaar Handel, Handel-Talen en Toerisme.

Nieuw projectthema dit schooljaar is ‘inspirerend burgerschap’. Een doelbewuste keuze, zo blijkt. “We stellen vast dat er in onze klaslokalen al wel wat gebeurt rond burgerschap, maar de rode draad hierin is nog zoek” verduidelijkt Tine. “Dat is niet optimaal. We laten zo heel wat kansen liggen om verdiepend, tussen de verschillende vakken door, te werken.”

Big Questions

Om deze uitdagingen aan te pakken, gaat Tine in zee met Mie-ke Vanbergen van hogeschool UC Leuven-Limburg voor externe procesbegeleiding. “Mie-ke bracht niet alleen haar kritische blik binnen, maar ook een uitstekend kader om activerend én vakoverschrijdend aan de slag te gaan rond inspirerend burgerschap: Big Questions.”

Grote burgerschapsvragen overstijgen hokjesdenken en vakgebonden detailkennis. Ze vergroten het inzicht van leerlingen in de wereld rondom, zetten aan tot moreel denken en tot het toepassen van de opgedane kennis buiten de schoolmuren. Kortom, ze activeren leerlingen door schoolse kennis relevant te maken voor hun leefwereld. Met grote vragen als ‘Wat zijn democratische waarden?’ en ‘Hoe gaan we als samenleving om met armoede?’ gaat dit project van start.

Vertrek vanuit het eigen vak

Een goed kader is één ding, zo leert Tines ervaring. Leerkrachten meekrijgen in dit vernieuwend verhaal blijkt een ander paar mouwen. Bij de lancering van het project blijft het aanvankelijk bijzonder stil binnen het lerarenkorps. “De leerkrachten voelden zich wat omvergeblazen”, aldus Tine. “Ze vonden die Biq Questions en inspirerend burgerschap nogal abstract en zagen niet meteen welke rol zij of hun vak hierin te spelen hadden. ’Er zijn geen raakpunten met mijn vak’, was een vaak gehoorde opmerking.”

Via de ondersteuning van leerkrachten in hun zoektocht naar aanknopingspunten probeert Tine deze visie bij te stellen. “Wanneer we samen een blik wierpen op de planningen voor de rest van het schooljaar, werd het al snel duidelijk dat bijna ieder vak zich leent tot de integratie van grote burgerschapsvragen.”

Vakoverstijgende werkgroepjes

Voor verschillende leerkrachten geeft deze extra ondersteuning uiteindelijk het nodige zetje. Zij duiken enthousiast in hun lesplannen, op zoek naar nog meer interessante topics. Anderen slagen hier minder goed in of blijven sceptisch tegenover het project. Tine besluit bedachtzaam verder te werken. “Ik sprak de meer overtuigde leerkrachten individueel aan om een trekkersrol op te nemen. Tijdens een volgende werksessie promoveerde ik hen elk tot hoofd van een klein werkgroepje. Aarzelend luisterden de andere leerkrachten naar de voorstellen en sloten ze zich bij een werkgroepje aan.”

Op die manier lukt het Tine om vijf groepjes met telkens een drietal verschillende vakleerkrachten te vormen. Hun opdracht: een grote, burgerschapsgerelateerde vraag formuleren en uitwerken in een vakoverstijgende workshop. “Dit zorgde voor verrassende en boeiende combinaties”, blikt Tine met enige voldoening terug.

Iedereen aan boord houden

Niet overal is de groepsdynamiek even optimaal. Bij enkele leerkrachten blijft er weerstand. “Zij bleven overtuigd van de klassieke manier van frontaal lesgeven over de eigen vakinhoud. Co-teaching, zeker in de vorm van een activerende workshop, schrok hen af. Ze associeerden dit met chaos en vreesden te veel problemen op vlak van klasmanagement, zeker in de TSO-klassen.”

Opnieuw is Tine volhardend en inventief. “De leerkrachten die écht niet inhoudelijk wilden meedenken, liet ik niet los. Ik bleef hen aanmanen om aanwezig te zijn. Ik durfde hen zelfs vlak voor de bijeenkomsten nog even apart aan te spreken of een herinnering te sturen via e-mail. Bovendien gaf ik ook deze leerkrachten een rol in de projectdriedaagse. Zij ondersteunden het klasmanagement tijdens de workshops en deden aan procesbewaking bij de opdrachten van de leerlingen.”

Terugblikken

Tine blikt over het algemeen tevreden terug op het gelopen traject. “Zowel vanuit de leerlingen als binnen het lerarenkorps ving ik positieve signalen op. Leerlingen gaven aan dat ze de workshops boeiend vonden en dat de inhouden ook nadien nog blijven nazinderen. Bepaalde leerkrachten kwamen na de projectdriedaagse dan weer meteen met nieuwe ideeën. Bij hen waren de twijfels dus duidelijk weggewerkt.”

Ook voor de leerkrachten die door het ganse traject heen sceptisch bleven, is ze hoopvol. “Zij hebben vanop de eerste rij kunnen ervaren dat activerend lesgeven en samenwerking met collega-leerkrachten net stimulerend is voor de leerlingen. En dat dit hun klasmanagement of het aanleren van leerstof helemaal niet hoeft te bemoeilijken, integendeel zelfs.” Aan scholen die erover nadenken om vakoverstijgende burgerschapsprojecten op te zetten, geeft Tine graag dit advies: “Durf springen, ondanks de hindernissen en weerstand die je ziet. Het is allemaal niet evident, maar het resultaat is meer dan de moeite waard!”

Andere stories: