Inspiratiebrochure: Digitale praktijken voor wereldburgerschapseducatie

Met deze inspiratiebrochure tracht Kruit aan de hand van enkele sprekende voorbeelden het potentieel van digitale tools voor wereldburgerschapseducatie (WBE) uit te
lichten. Deze brochure is in eerste instantie ontwikkeld voor educatieve aanbieders van WBE, maar ook voor praktijkactoren uit het onderwijs willen we relevant zijn.

Aan de hand van een exploratieve werkwijze werd in kaart gebracht welke zaken de sector van belang acht bij het ontwikkelen en/of gebruiken van educatieve digitale tools.


Luister naar de stem van jongeren in het dekolonisatiedebat


De nieuwe generatie jongeren is vastbesloten om te wegen op het dekolonisatiedebat. Ruimte geven aan hun stem is belangrijk voor het vreedzaam samenleven. Dat vindt Nadia Nsayi, auteur van het boek “Dochter van de dekolonisatie”.

De witte blik van het onderwijs

“Bij het doornemen van de leerplannen van het gemeenschapsonderwijs, was ik positief verrast over het vak geschiedenis. Het thema kolonisatie komt vrij kritisch aan bod en de link met het heden ook”. Toch wordt volgens Nadia de koloniale geschiedenis nog hoofdzakelijk vanuit een wit Europees perspectief bekeken. “Enkel de boeken van David Van Reybroeck en Jef Geeraerts worden als referentie opgegeven”. Dat vindt ze een gemiste kans. “De geschiedenis is veel te lang verteld door witte mannen. Door geen aandacht te hebben voor bronnen van Afrikaanse mensen, blijven we in dat verleden hangen”.

Het aanreiken van verschillende perspectieven is volgens haar belangrijk om jongeren aan te leren dat er meer is dan één vaststaande waarheid. “We moeten jongeren kritisch leren omgaan met dominante verhalen en ze de ruimte bieden om evidenties in vraag te stellen.” Nadia vindt dat  die ruimte vandaag nog te weinig wordt geboden. “Veel jonge mensen met Afrikaanse roots voelen zich niet gehoord en dat roept flink wat frustratie op.”

Frustratie kanaliseren in dialoog

“Neem nu de kwestie van de standbeelden van Leopold II. Die werd jarenlang genegeerd. Pas nu, na de vernieling van koloniale beelden, wordt er eindelijk iets aan gedaan.” De oplaaiende controverse rond de standbeelden van Leopold II illustreert de nood aan dialoog en verandering. “Als we niet bereid zijn om het gesprek over kolonisatie en ongelijkheid aan te gaan, laten we conflicten de vrije loop”.

Hoewel zulke confrontaties belangrijke processen in gang kunnen zetten, schuilt het gevaar van  escalatie. “Nu gaat het om standbeelden, maar wat als mensen morgen gebouwen aanvallen?” Het is belangrijk om als samenleving de dialoog serieus te nemen en het niet zo ver te laten komen, vindt Nadia. Er staat namelijk veel op het spel: “Uiteindelijk draait deze kwestie om inclusie en vreedzaam samenleven. Mensen beseffen dat te weinig.”

Oproep tot luisteren

“Het ontbreekt jongeren vandaag niet aan lef om hun stem te laten horen. De nieuwe generatie van leerlingen met een migratieachtergrond heeft niet langer het gevoel gast te zijn. Ze zijn hier opgegroeid. Ze zijn Belg, ze zijn burger.” Daar moeten we gehoor aan geven,  zegt Nadia. In eerste plaats door onszelf te herinneren dat een dialoog ook impliceert dat we echt luisteren.


Over de kracht van verhalen en dekolonisatie


In een gesprek met Kruit licht Ronny Mosuse toe hoe verhalen kunnen bijdragen tot kwaliteitsvolle educatie over het koloniale verleden. Naast zijn bezigheden als creatieve duizendpoot, geeft Ronny ook lezingen in scholen over zijn Congolese roots. Hij noemt zichzelf graag een verhalenverteller. “Ik geloof in het verhaal. Als je mensen iets wil aanleren, werkt een verhaal altijd het beste.”

Waarom verhalen zo krachtig zijn

Mensen horen graag verhalen. Ze prikkelen je verbeelding en maken het mogelijk om je in een andere situatie in te leven. Daarom blijven ze hangen”, meent Ronny. “Bovendien vraagt het om inlevingsvermogen in de verschillende perspectieven van de personages.” Daarom is het volgens hem zo krachtig om ons koloniale verleden via verhalen te benaderen. Je werkt zowel aan de empathie als aan de multiperspectiviteit van leerlingen.

“Leerlingen leren via verhalen andere werelden, culturen en denkbeelden kennen en verruimen zo hun referentiekader.” Dit kan hun bewustzijn verhogen over mechanismes van ongelijkheid en macht in hun dagelijkse interacties.

Precies dát moet kwaliteitsvolle educatie over het kolonisatieverleden ambiëren: “Lessen over kolonisatie moeten er toe leiden dat jongeren al op vroege leeftijd een soort burgerzin ontwikkelen. Het moet inzicht geven in de maatschappelijke dynamieken die voortkomen uit onwetendheid. Want daar draait het bijna altijd om”, zegt Ronny.

Verhalen als katalysator voor dialoog

Via lezingen op scholen probeert Ronny een dialoog op gang te brengen over de link tussen het koloniale verleden en het racisme waarmee leerlingen vandaag soms te maken krijgen. Daarbij vertrekt hij steeds vanuit zijn eigen achtergrond. “Ik leg uit dat ik in België ben opgegroeid, maar dat mijn Congolese vader vanwege zijn studies hier is beland. En dat ik me altijd Belg voelde, totdat ik op  mijn twaalfde het woord ‘vreemdeling’ op mijn paspoort kreeg”. Vragen als “Wie ben ik?” “Waar hoor ik thuis”, lijken veel jongeren te herkennen. “Zij zijn op zoek naar hun eigen identiteit en de rol die hun afkomst daarin speelt.

Daarna vraag ik hen naar hún verhaal. “Wanneer leerlingen en – misschien nog belangrijker – leerkrachten, zich onderdompelen in hun eigen familiegeschiedenis, beseffen ze vaak dat honderd procent Vlaming, Belg of Europeaan zijn, niet bestaat. Migratie is iets van alle families, alle tijden en alle rangen of standen”, stelt Ronny.

Reken niet alleen op geschiedenisonderwijs

Storytelling werkt in geschiedenislessen maar kan evengoed geïntegreerd worden in andere vakken. “In een les wiskunde zou je het bijvoorbeeld over het Ishango-beentje kunnen hebben. Dat is een beentje dat werd opgegraven in Congo en dat laat zien dat ze daar duizenden jaren geleden al gebruik maakten van een heel ingenieus telsysteem”, legt Ronny uit.

Het is volgens hem belangrijk dat zulke verhalen in verschillende vakken worden aangebracht, “zo  merken leerlingen dat kolonialisme doorleeft in alle domeinen van ons leven”. En kan dekoloniseren verder reiken dan enkel het geschiedenisonderwijs.


Consensus over ons koloniaal verleden?


Kruit ging met Tracy Bibo Tansia in gesprek over hoe kolonisatie aan bod moet komen in geschiedenislessen. Tracy stond zelf ooit als gastdocent voor de klas, maar verhuisde in 2019 naar Congo  waar ze intussen als  verbindingscoördinator bij 11.11.11 aan de slag is. Volgens haar gaat het erom het koloniale verleden in haar gelaagdheid en complexiteit uit te leggen, zonder alle perspectieven als gelijkwaardig voor te stellen.

Verschillende visies op het verleden erkennen…

Het is belangrijk om de koloniale geschiedenis niet zwart-wit voor te stellen”, zegt Tracy. “Er zijn altijd de verschillende verhalen van de onderdrukkers en die van de onderdrukten. Als je het koloniale verleden enkel vanuit één bepaald onderdrukkersperspectief vertelt, dan erken je niet dat veel onderdrukten hebben geleden“, meent Tracy. “Dat is problematisch, het gaat namelijk over een gedeelde geschiedenis.

Door aandacht te geven aan onbekende en soms pijnlijke kanten van de geschiedenis, worden leerlingen uitgedaagd om andere perspectieven te begrijpen en hun eigen gedachtenpatronen in vraag te stellen. “We moeten leerlingen stimuleren om hun standpunten te durven bijschaven op basis van nieuwe informatie.”

…zonder te vervallen in een vrijblijvend relativisme

Het samenleggen van verschillende kanten van het verhaal, is niet hetzelfde als ze relativeren. “Bepaalde zaken mogen gewoon niet meer ter discussie staan”, meent Tracy. Dat is wat leerlingen moeten meekrijgen. “De meerderheid van de geschiedkundigen is het erover eens dat het koloniaal systeem een slecht systeem is, gebaseerd op de superioriteit van de Westerse bevolking. Het systeem op zich is niet positief voor de gekoloniseerde, niet op korte termijn en niet op lange termijn. Het is geen systeem dat we vandaag nog zouden moeten toepassen.

Toch komt deze boodschap niet altijd terug in het geschiedenisonderwijs. “Lessen over kolonisatie verschillen veel te sterk naargelang de leerkracht”, zegt  Tracy . “Terwijl dit bij lessen over de tweede wereldoorlog nauwelijks het geval is”. Stel dat een leerkracht zou zeggen dat de Holocaust niet heeft plaatsgevonden, dan is dit problematisch .” Met kolonisatie is dat heel anders, “er zijn nog altijd veel leerkrachten die zeggen dat de Belgen civilisatie naar Congo hebben gebracht, meer niet.” Waarom bestaat er over de tweede wereldoorlog wel dergelijke consensus, maar over het koloniaal verleden niet?

De leerkracht als grenzenbewaker

Tracy benadrukt dat leerkrachten bewust moeten omgaan met een delicaat thema als kolonisatie. “Het kan goed zijn dat het heftige gevoelens losmaakt bij leerlingen. Zeker bij leerlingen van Congolese achtergrond. Het is belangrijk hier aandacht voor te hebben  en voor voldoende kadering te zorgen”. “Het kan daarbij helpen om leerlingen bij de lesvoorbereiding te betrekken”, vervolgt Tracy. “Zo kan je op voorhand beter inschatten welke gevoeligheden er spelen”.

Uiteindelijk gaat het erom leerlingen te leren omgaan met de complexiteit van het verleden en de hiermee gepaarde gevoeligheden. Dat betekent ook grenzen aangeven van wat kan en wat niet. “Het is de pedagogische taak van de leerkracht om duidelijk te maken dat leerlingen een mening kunnen hebben, maar dat ze ook respect moeten hebben voor anderen”, zegt Tracy. “Sommige dingen – zoals een grap over handjes kappen – kunnen gewoon niet.