Artikelenreeks: Dekolonisering in het onderwijs

De koloniale kwestie met de vraag hoe we als land moeten omgaan met het eigen koloniale verleden staat opnieuw in het brandpunt van de belangstelling. In deze publieke debatten zijn koloniale beeldvorming en perspectieven uit het verleden nog steeds dominant. Ook in een onderwijscontext, in de lessen geschiedenis bijvoorbeeld, wordt nog vaak met een eenzijdige, Westerse bril naar het koloniale verleden gekeken. Sociale bewegingen zoals Black Lives Mater bewijzen echter dat de kritiek en het bewustzijn omtrent de deze problematiek sterk toeneemt, net zoals de aandacht voor het belang van multiperspectiviteit – ook in de schoolpraktijk.

Kruit houdt de vinger aan de pols en laat verschillende stemmen uit het debat rond dekolonisatie aan het woord. Centraal staat de vraag of en hoe multiperspectiviteit in het geschiedenisonderwijs kan helpen om dergelijke eurocentrische benaderingen te doorbreken. Om zo bij te dragen aan een gedekoloniseerde, inclusieve, sociaal-rechtvaardige samenleving.


Bij de terugblik op het koloniale verleden gaat het niet om goed of fout


Voor onze reeks over dekolonisering ging Kruit in gesprek met Jan Dumolyn. Als  professor verbonden aan de Universiteit Gent, verdiept hij zich in de middeleeuwse geschiedenis van Vlaamse steden en van de sociale strijd. Volgens Jan ontbreekt er een sociaal-emancipatorische lading in de huidige invulling van het begrip dekolonisering.

Roep om wetenschappelijke benadering

“Multiperspectiviteit binnenbrengen in geschiedenislessen over ons koloniale verleden betekent alle wetenschappelijke, empirisch relevante perspectieven op tafel leggen”, zegt Jan. “Dat houdt in dat de koloniale dominantie in al haar dimensies -cultureel, sociaal maar ook politiek en economisch- onder de loep wordt genomen. En dat er voldoende aandacht gaat naar de Afrikaanse ervaring” .

De focus moet liggen op het onderkennen van de gelaagdheid van deze geschiedenis. “Erkenning voor de complexe wisselwerking van de oorzaken van koloniale processen is cruciaal. Deze kritische reflex behoedt voor een vereenvoudigd beeld van de werkelijkheid waarin bijvoorbeeld slavernij uitsluitend wordt voorgesteld als een dominantie van witte mensen over niet-witte mensen”, vindt Jan.

Wegblijven van een moralistisch discours

“Het Westen heeft geen monopolie op wreedheden, slavernij en genocide. Dat zeg ik niet om hetgeen in Congo en andere Europese kolonies gebeurd is te relativeren. Wel voedt het een discussie over de rol van ‘het Westen’ en haar vermeende intrinsieke slechtheid”. Daar draait het volgens Jan niet om: “het is veel interessanter om het kolonialisme als politiek-economisch systeem te bestuderen”.

“Zodra we absoluut het Westen als schuldige naar voor schuiven, doen we hetzelfde als we juist sommige rechts-populistische groeperingen toeschrijven. In plaats van vast te houden aan goed-fout schema’s, is er nood aan een grondige studie van de feiten zonder te vertrekken van een a priori-moreel perspectief”.

Aandacht voor sociaaleconomische dimensies 

Volgens Jan kan het aspect ‘ras’ niet als enige factor voor uitbuiting naar voren geschoven worden voor het begrijpen van het geweld van de kolonies en de sporen ervan in onze huidige maatschappij. “Wanneer je enkel in termen van etniciteit over ongelijkheid praat, neutraliseer je de gevolgen van het geglobaliseerde kapitalisme. Vandaag wordt er meer gefocust op identiteit dan op politieke en structurele machtsrelaties. Dat is problematisch “, stelt Jan.

“Dekolonisering is zo een puur cultureel begrip geworden. Ik betwijfel echter of het neerhalen van standbeelden en het zuiveren van onze gedachten emancipatie in gang zal zetten. Daarvoor moet er terug meer aandacht gaan naar sociaaleconomische dimensies: zoals het afschaffen van de schuldenlast van landen in het globale zuiden, het invoeren van eerlijke handel en grondstofprijzen en van vakbondsrechten”.


Magazine: Spanningsvelden binnen wereldburgerschapseducatie

Kruit en Annoncer La Couleur vormen het kenniscentrum voor wereldburgerschapseducatie binnen Enabel, het Belgische Ontwikkelingsagentschap. Samen hebben we de ambitie om een brug te slaan tussen theorie en praktijk in de sector van wereldburgerschapseducatie.

In dit magazine zoomen nationale experten in op spanningsvelden binnen wereldburgerschapseducatie. Deze publicatie is ook raadpleegbaar in het Frans en in het Engels.


Dekoloniseren gaat over het leren omgaan met botsende opvattingen


Bruno Verbergt, operationeel directeur van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika, legt uit hoe het museum probeert te breken met een koloniaal discours door tegenstrijdige waarheden samen te brengen. “Om te kunnen komen tot een common ground moeten we ruimte maken voor spanning en conflict.”

Van wetenschappelijke waarheid

“Het dekoloniseren van de geest begint bij de bewustwording van je eigen blik en de realisatie dat die niet de enige of juiste is”, zegt Bruno. “Daarom streeft het museum naar meer aandacht voor de perspectieven van de erfgenamen van de kolonisatie.” Dat gaat verder dan aftoetsen of dat bepaalde zaken kwetsend overkomen. “Het gaat over oprechte interesse in hun verhaal of mening, zelfs al is dat geen wetenschappelijk onderbouwde mening.

Door naast wetenschappers ook Afrikaanse burgers een stem te geven, probeert het museum te breken met een koloniaal discours. “Zo’n discours gaat er vanuit dat er één juist wereldbeeld bestaat dat aan anderen kan worden opgedrongen”, stelt Bruno. “Een doorsnee Afrikaan is geen wetenschappelijk specialist, maar bezit toch een bepaald soort expertise. Waarom zou die visie niet de moeite waard zijn?

Naar relationele waarheid

“Daarmee bedoel ik niet dat je andere perspectieven zomaar moet overnemen of als gelijkwaardig moet beschouwen. Je kan nog steeds je eigen mening hebben en tegelijk die van een ander erkennen en proberen te begrijpen.” Volgens Bruno is het beluisteren van verschillende visies hoognodig in een geglobaliseerde wereld waarin we vaker rechtsreeks geconfronteerd worden met andere opvattingen. “De vraag hoe we kunnen samenleven te midden deze verschillen klinkt luider dan ooit.”

Volgens Bruno gaat de samenlevingskwestie over de zoektocht naar een common ground. Hiermee verwijst hij naar een nieuwe gedeelde realiteit die gecreëerd wordt tegen het licht van het ‘algemeen belang’ en die verder gaat dan het compromis. “Je kunt nog heftige confrontaties hebben tussen de verschillende interpretaties, maar er blijft overeenstemming over de normen en waarden die de basis vormen van onze samenleving.”

“Zo besloot Nieuw-Zeeland in 2017 bijvoorbeeld een rivier evenveel rechten en plichten toe te kennen als een mens. De rivier wordt door de Maori’s beschouwd als een levende voorouder. Vanuit een Westers perspectief is het wettelijk gelijkstellen van rivieren en mensen onbevattelijk. Toch is de keuze relevant in het kader van natuurbehoud.”

Ruimte voor verdeeldheid

Net zoals het museum ruimte probeert te scheppen voor botsende opvattingen kunnen ook scholen dit nastreven, vindt Bruno. “De beste lerarenteams zijn precies die teams waar diverse insteken en stijlen aanwezig zijn.” Door van bovenaf sterk af te bakenen wat een leerkracht al dan niet hoort te zeggen, verdwijnt de ruimte voor inhoudelijk debat. “Bovendien ontzeg je leerlingen zo kansen om zich te leren verhouden tot de uiteenlopende perspectieven van de leerkrachten.”

“Daarom vind ik het een goede zaak dat er in de nieuwe eindtermen voor geschiedenis gefocust wordt op historische sleutelbegrippen zoals imperialisme, (neo)kolonisatie en dekolonisatie. Zodat jongeren leren wat kolonialisme is en welke impact het heeft.” Dat is volgens Bruno veel belangrijker dan vastleggen welke elementen uit het koloniaal verleden van België aan bod moeten komen. “Het is aan de leerkracht zelf om voorbeelden en methoden te kiezen. Daar zit volgens mij de vrijheid van onderwijs.